|
Viscose
Viscose
Zoekend naar een minder kostbaar doek dan zijde, werd meer dan honderd
jaar geleden, in 1884, de eerste kunstmatige vezel gemaakt uit de
restanten van katoenpluis (linters) of van naaldhout. Men noemde het
kunstzijde. Via een scheikundige verbinding van een aantal stoffen (met de
zogeheten xanthogenaatreactie van Cross en Bevan uit 1892)wordt
uiteindelijk de geregenereerde cellulose, het rayon verkregen.
Later, na de tweede wereldoorlog, noemde men kunstzijde daarom rayon of
viscose rayon en nu heet de vroegere kunstzijde gewoon viscose, genaamd
naar de stroperige vloeistof die uit de opgeloste cellulose bestaat. Door
de massa door een spindop te duwen, wordt het elementaire filament
verkregen. Viscose vertoont normaal een hoge glans die hard en
metaalachtig is. De glans kan naar believen worden getemperd van matig tot
diep mat. Gematteerde viscose is echter minder tegen zonlicht bestand dan
niet gematteerde viscose. Viscose is goedkoop en wordt daarom veel
gebruikt in mengvormen met bijvoorbeeld katoen, wol of synthetische
vezels.
Omdat de asis van viscose uit plantaardig materiaal bestaat, komen de
eigenschappen van de stof overeen met andere cellulosestoffen als katoen
of linnen.Het vochtopnemend vermogen is groot, de sterkte is iets minder
dan van katoen of synthetische vezels, de elasticiteit en
kreukherstellendheid is gering, het is een koele stof (slecht
warmte-isolerend en kan net als alle cellulosevezels worden aangetast door
'het weer'.
|