|
|
Synthetisch
Synthetische
vezels
Bij synthetische vezels
is olie de belangrijkste grondstof. Via vele chemische processen komen
producten tot stand als fenol of benzeen. Van deze stoffen wordt een
vloeistof gemaakt met tot ketens aaneengeregen moleculen, polymeren
genaamd. Deze vloeistof wordt door de spindop getrokken om het gewenste
filamentgaren te verkrijgen .Eerst werden deze garens gesneden en
gestapeld om zo tot garen te worden versponnen. Vanaf 1958 kon men het
filament echter ook kroezen, en kon dankzij het in de lengterichting in
elkaar drukken van de filamenten en fixeren, de kroezing van wol worden geïmiteerd.
Zulk gekroesd garen heet BCF-garen (bulked coninuous filament)en is in
vergelijking met normale filamentgarens beter warmte-isolerend, beter
dekkend, maar heeft een matige veerkracht. De slijtvastheid is daartegen
weer zeer groot net als de veerkracht. De synthetische vezelindustrie is
steeds intensief bezig met research om betere eigenschappen voor de
synthetische garens te verkrijgen. Zo is de vorm van de polyamide-vezel
bijvoorbeeld sterk verbeterd, waardoor de stof veel minder snel vuil
wordt. Ook is polyamide al lang niet meer statisch dankzij de koolstof
kern in het garen.
Polyamide of nylon was de eerste synthetisch vezel, op de markt gebracht
in 1936 door het Amerikaanse bedrijf DuPont de Nemours. In 1941 volgde
polyester vanuit Engeland, in 1942 acryl vanuit Duitsland en Amerika
tegelijkertijd en later ook polypropeen en trevira CS.
|